Informatieborden en bewegwijzering

Van richtingborden tot hectometerpalen: navigeren op de weg

Informatieborden en bewegwijzering helpen je zonder stress de juiste kant op te gaan. Op deze pagina lees je wat de kleuren op borden betekenen, hoe je pijlen boven de rijstroken moet lezen en hoe je een hectometerpaaltje gebruikt als je je locatie wilt doorgeven. We leggen ook uit waarom sommige wegen een extra groen E nummer hebben en hoe P Route borden je naar een vrije parkeergarage sturen. Met korte voorbeelden en simpele tips weet je straks wat puur informatief is en wanneer een bord echt iets van je vraagt. Ideaal als startpunt voor je theorie én handig voor onderweg.

Informatieborden en wegwijzers op een rij

Hieronder vind je de belangrijkste informatieborden en bewegwijzeringsborden om te kennen. Deze borden geven nuttige informatie over de weg, richting en omgeving. Klik op een verkeersbord om de uitgebreide beschrijving erover te lezen.

Autosnelweg
G01

Autosnelweg

Op een autosnelweg gelden altijd gescheiden rijbanen en zijn ongelijkvloerse kruispunten en een vluchtstrook aanwezig. De maximumsnelheid overdag (06:00–19:00) is 100 km/u; 's avonds en 's nachts (19:00–06:00) geldt 130 km/u tenzij borden anders aangeven. Examenvalkuil: G01 (autosnelweg) heeft ALTIJD gescheiden rijbanen, G03 (autoweg) hoeft dat NIET te hebben. Keren, achteruitrijden en stilstaan op de rijbaan zijn verboden.

Autosnelweg
G01

Autosnelweg

Begin van een autosnelweg; uitsluitend voor motorvoertuigen die minimaal 60 km/u kunnen rijden.

Op een autosnelweg gelden altijd gescheiden rijbanen en zijn ongelijkvloerse kruispunten en een vluchtstrook aanwezig. De maximumsnelheid overdag (06:00–19:00) is 100 km/u; 's avonds en 's nachts (19:00–06:00) geldt 130 km/u tenzij borden anders aangeven. Examenvalkuil: G01 (autosnelweg) heeft ALTIJD gescheiden rijbanen, G03 (autoweg) hoeft dat NIET te hebben. Keren, achteruitrijden en stilstaan op de rijbaan zijn verboden.
Einde autosnelweg
G02

Einde autosnelweg

De autosnelweg eindigt hier

Dit blauwe bord met rode diagonale streep geeft het einde van de autosnelweg aan. Vanaf hier gelden de normale verkeersregels weer. Let op: de snelheid moet vaak flink omlaag (van 120/130 naar 80 of 50 km/u). Langzaam verkeer mag hier weer op de weg. Voor het CBR: pas je snelheid tijdig aan bij het verlaten van de snelweg!
Autoweg
G03

Autoweg

Begin van een autoweg; uitsluitend voor motorvoertuigen die minimaal 50 km/u kunnen rijden.

Een autoweg heeft standaard een maximumsnelheid van 100 km/u buiten de bebouwde kom. In tegenstelling tot de autosnelweg hoeft een autoweg geen gescheiden rijbanen te hebben en kunnen er gelijkvloerse kruispunten en rotondes voorkomen. Examenvalkuil: een autoweg heeft vaak geen vluchtstrook en kortere invoegstroken.
Einde autoweg
G04

Einde autoweg

De autoweg eindigt hier

Dit blauwe bord met rode diagonale streep geeft het einde van de autoweg aan. Vanaf hier gelden normale verkeersregels. De maximumsnelheid wordt meestal 80 km/u buiten bebouwde kom. Langzaam verkeer en fietsers mogen hier weer. Let op snelheidsverandering en ander verkeer. Voor het CBR: wees alert op langzamer verkeer na de autoweg!
Erf
G05

Erf

Begin van een erf waar bijzondere verkeersregels gelden.

In een erf geldt een maximumsnelheid van 15 km/u. Voetgangers mogen de gehele breedte van de weg gebruiken. Parkeren is uitsluitend toegestaan op aangewezen plaatsen (P-vakken). De uitgang van een erf geldt als uitrit: je moet alle andere weggebruikers voor laten gaan.
Einde erf
G06

Einde erf

Het erf eindigt hier

Dit blauwe bord met rode diagonale streep geeft het einde van het erf aan. Je verlaat het erf en moet voorrang verlenen aan AL het kruisende verkeer, ook fietsers en voetgangers. Vanaf hier gelden normale verkeersregels en snelheden weer. Voor het CBR: bij verlaten erf ALTIJD voorrang verlenen aan iedereen!
Voetpad
G07

Voetpad

Begin van een voetpad; uitsluitend bestemd voor voetgangers.

Op een voetpad mogen alleen voetgangers komen; fietsers, bromfietsers en motorvoertuigen zijn niet toegestaan. Gehandicaptenvoertuigen die een voetpad gebruiken volgen de regels voor voetgangers en mogen maximaal 6 km/u.
Einde voetpad
G08

Einde voetpad

Hier eindigt het voetpad.

Voorbij dit bord gelden de normale verkeersregels weer. Voetgangers moeten het trottoir of de berm gebruiken.
Ruiterpad
G09

Ruiterpad

Begin van een ruiterpad; uitsluitend bestemd voor ruiters te paard.

Op een ruiterpad mogen alleen ruiters te paard rijden; fietsers en motorvoertuigen zijn niet toegestaan. Ruiters die hun paard aan de hand leiden gelden als bestuurders.
Einde ruiterpad
G10

Einde ruiterpad

Hier eindigt het ruiterpad.

Voorbij dit bord gelden de normale verkeersregels weer voor ruiters en overige weggebruikers.
Verplicht fietspad
G11

Verplicht fietspad

Begin van een verplicht fietspad; alleen voor fietsers en snorfietsers.

Op een verplicht fietspad moeten fietsers en snorfietsers dit pad gebruiken. Bromfietsers moeten de rijbaan op. Speed-pedelecs mogen dit pad NIET gebruiken, tenzij een onderbord dat toestaat. Examenvalkuil: G11 (alleen fiets/snorfiets) versus G12a (ook bromfiets).
Einde verplicht fietspad
G12

Einde verplicht fietspad

Hier eindigt het verplichte fietspad.

Voorbij dit bord mogen fietsers de rijbaan gebruiken. Let op het overige verkeer bij het oprijden van de rijbaan.
Verplicht fiets-/bromfietspad
G12a

Verplicht fiets-/bromfietspad

Begin van een verplicht fiets- en bromfietspad voor fietsers én bromfietsers.

Op een fiets-/bromfietspad zijn zowel fietsers als bromfietsers verplicht dit pad te gebruiken; zij mogen de rijbaan niet oprijden. Examenvalkuil: G12a verplicht ook bromfietsers het pad te gebruiken, terwijl G11 bromfietsers naar de rijbaan stuurt — dit is een veelgemaakte fout in het examen.
Einde fiets/bromfietspad
G12B

Einde fiets/bromfietspad

Einde van het verplichte fiets/bromfietspad

Dit bord met rode schuine streep door het fiets/bromfietspadsymbool geeft het einde aan van het verplichte gecombineerde fiets/bromfietspad. De letter B achter het bordnummer betekent altijd "einde" van een zone of verplichting, terwijl A het begin aangeeft. Vanaf hier mogen fietsers en bromfietsers de rijbaan gebruiken of een ander pad kiezen. Let op het verkeer op de rijbaan bij het invoegen. Voor het CBR: na dit bord gelden de normale verkeersregels voor fietsers en bromfietsers!
Onverplicht fietspad
G13

Onverplicht fietspad

Begin van een onverplicht fietspad; bromfietsers naar de rijbaan.

Op een onverplicht fietspad mogen fietsers en snorfietsers het pad gebruiken, maar zij zijn niet verplicht. Bromfietsers en speed-pedelecs mogen dit pad niet op en moeten de rijbaan gebruiken. Het verschil met G11 is dat G13 geen verplichting oplegt.
Einde onverplicht fietspad
G14

Einde onverplicht fietspad

Hier eindigt het onverplichte fietspad.

Voorbij dit bord is er geen apart fietspad meer beschikbaar. Fietsers moeten de rijbaan of het fietspad langs de weg gebruiken als dat er is.
Bebouwde kom
H01

Bebouwde kom

Begin van de bebouwde kom; markering van de overgang naar het 50 km/u-regime.

Vanaf het bord H01 geldt een maximumsnelheid van 50 km/u, tenzij borden ter plaatse een lagere snelheid aangeven (bijv. 30 km/u-zone). Na lang rijden op de autosnelweg of buiten de bebouwde kom bestaat de neiging te hard door te rijden door snelheidsgewenning — pas bewust je snelheid aan. Examenvalkuil: het bord H01 markeert de overgang naar 50 km/u; voorrangsborden staan binnen de bebouwde kom vóór het kruispunt (buiten de kom erna).
Einde bebouwde kom
H02B

Einde bebouwde kom

De bebouwde kom eindigt hier

Dit witte bord met rode diagonale streep en plaatsnaam geeft aan dat je de bebouwde kom verlaat. Vanaf hier geldt de standaard maximumsnelheid van 80 km/u op gewone wegen (tenzij anders aangegeven). Buiten de bebouwde kom: geen voorrang voor bussen bij haltes, niet parkeren op voorrangswegen, en andere verkeersregels. Voor het CBR: let op de snelheidsverandering!
Hoogte onderdoorgang
L01

Hoogte onderdoorgang

Geeft de maximale doorrijhoogte van een onderdoorgang aan.

Waarschuwt bestuurders voor de maximale hoogte (inclusief lading) die door een viaduct, tunnel of brug kan. Examentip: hoogte altijd inclusief lading meten; een lege vrachtwagen kan er wel door, maar een geladen niet.
Voetgangersoversteekplaats
L02

Voetgangersoversteekplaats

Geeft de aanwezigheid van een voetgangersoversteekplaats (zebrapad) aan.

Bestuurders moeten voetgangers die oversteken of op het punt staan over te steken voor laten gaan. Je mag vlak voor en op de oversteekplaats geen voertuig inhalen. Houd de oversteekplaats vrij als je in de file staat.
Bushalte
L03a

Bushalte

Geeft de locatie van een bushalte aan.

Binnen de bebouwde kom moet je een autobus of touringcar voor laten gaan als de bestuurder richting naar links aangeeft om weg te rijden. Buiten de bebouwde kom geldt deze voorrangsregel niet. Bij een halte zonder vluchtheuvel moet je stoppen voor overstekende passagiers.
Tramhalte
L03b

Tramhalte

Geeft de locatie van een tramhalte aan.

Bij een tramhalte zonder vluchtheuvel moet je stoppen voor in- en uitstappende passagiers die de rijbaan oversteken. Bij een tramhalte mét vluchtheuvel hoef je niet te stoppen. Dit onderscheid is een klassieke examenvraag.
Bus- en tramhalte
L03c

Bus- en tramhalte

Geeft de locatie van een gecombineerde bus- en tramhalte aan.

De regels voor zowel de bushalte (L03a) als de tramhalte (L03b) gelden hier. Let op of er een vluchtheuvel aanwezig is: dat bepaalt of je moet stoppen voor overstekende reizigers.
Voorsorteren
L04

Voorsorteren

Geeft rijstroken aan bestemd voor een bepaalde rijrichting.

Je mag de rijstrook uitsluitend gebruiken voor de aangegeven richting en moet tijdig voorsorteren. Examentip: op een rijstrook uitsluitend bestemd voor rechtsaf moet je ook daadwerkelijk rechtsaf, ook al wil je eigenlijk rechtdoor.
Einde rijstrook
L05

Einde rijstrook

De rijstrook eindigt; voertuigen moeten invoegen.

Bestuurders op de eindigende rijstrook moeten tijdig en veilig invoegen op de doorgaande rijstrook. Valkuil: invoegen is een rits-actie; verkeer op de doorgaande rijstrook moet ruimte maken.
Splitsing
L06

Splitsing

Geeft een splitsing van de weg aan.

Bestuurders moeten vroegtijdig op de juiste rijstrook gaan rijden richting hun bestemming. Dit bord staat vaak in combinatie met richtingborden.
Aantal doorgaande rijstroken
L07

Aantal doorgaande rijstroken

Geeft het aantal beschikbare doorgaande rijstroken aan.

Dit bord informeert bestuurders over de indeling van de weg na een knooppunt of splitsing. Kies tijdig de juiste rijstrook voor je bestemming.
Doodlopende weg
L08

Doodlopende weg

Deze weg loopt dood

Dit blauwe bord met rode balk onderaan en T-vorm geeft aan dat de weg doodloopt. Geen doorgang voor verkeer aan het einde. Je moet dezelfde weg terug. Soms wel doorgang voor fietsers/voetgangers (check symbolen). Voor het CBR: keren vaak onvermijdelijk!
Vooraanduiding doodlopende weg
L09

Vooraanduiding doodlopende weg

Waarschuwing voor doodlopende weg

Dit blauwe bord met T-vorm geeft van tevoren aan dat een zijweg doodloopt. Pijl wijst naar de doodlopende weg. Voorkomt onnodig inrijden en keren. Staat bij de kruising met de doodlopende weg. Voor het CBR: let op richting van de pijl!
Vooraanduiding verkeersmaatregel
L10

Vooraanduiding verkeersmaatregel

Kondigt een naderende verkeersmaatregel aan.

Dit bord waarschuwt vooraf voor een verkeersmaatregel verderop, zoals een snelheidslimiet of verbod. Pas je rijgedrag tijdig aan.
Verkeersbord geldt voor aangegeven rijstroken
L11

Verkeersbord geldt voor aangegeven rijstroken

Geeft aan dat een verkeersbord specifiek voor bepaalde rijstroken geldt.

Dit bord combineeert een verkeersmaatregel met een rijstrookaanduiding. Alleen de aangegeven rijstroken vallen onder het bijbehorende verbod of gebod. Controleer goed welke rijstrook je berijdt.
Verkeersbord geldt voor aangegeven rijstrook
L12

Verkeersbord geldt voor aangegeven rijstrook

Geeft aan dat een verkeersbord specifiek voor één rijstrook geldt.

Vergelijkbaar met L11, maar dan voor een enkele rijstrook. Alleen bestuurders op die specifieke strook moeten het bijbehorende bord opvolgen.
Verkeerstunnel
L13

Verkeerstunnel

Geeft het begin van een verkeerstunnel aan.

Voor je een tunnel inrijdt: dimlicht aan en zonnebril af zodat je ogen aanpassen. In een tunnel is inhalen ongewenst. Bij pech: probeer de tunnel te verlaten; moet je stoppen, dan rechts, alarmlichten aan, motor uit maar sleutel in het contact laten.
Vluchthaven
L14

Vluchthaven

Geeft de aanwezigheid van een vluchthaven langs de weg aan.

Gebruik een vluchthaven alleen in een noodgeval; telefoneren of pauzeren is niet toegestaan. Stop bij voorkeur aan het einde van de vluchthaven zodat er ruimte overblijft voor anderen.
Vluchthaven met noodtelefoon en brandblusapparaat
L15

Vluchthaven met noodtelefoon en brandblusapparaat

Vluchthaven in een tunnel voorzien van noodvoorzieningen.

Bij pech in een tunnel stop je in een vluchthaven. Gebruik de noodtelefoon om contact op te nemen met de wegverkeersleider. Het brandblusapparaat is beschikbaar bij brand — gebruik het alleen als het veilig is.
Noodtelefoon
L16

Noodtelefoon

Geeft de locatie van een noodtelefoon aan.

Via deze telefoon neem je contact op met de wegverkeersleider bij een incident of pech. Examentip: bij pech in een tunnel loop je in de rijrichting langs de tunnelwand naar de dichtstbijzijnde noodtelefoon.
Brandblusapparaat
L17

Brandblusapparaat

Geeft de locatie van een brandblusapparaat aan.

Bij brand in een tunnel: stop zo snel mogelijk, motor uit, sleutel in het contact laten, verlaat het voertuig en loop langs de tunnelwand weg van de brand naar de dichtstbijzijnde nooduitgang.
Noodtelefoon en brandblusapparaat
L18

Noodtelefoon en brandblusapparaat

Geeft de locatie van zowel noodtelefoon als brandblusapparaat aan.

Combineert L16 en L17. De pijl en afstandsaanduiding op het bord geven de looprichting aan naar de dichtstbijzijnde noodvoorziening. Volg altijd de instructies van luidsprekers en hulpdiensten op.
Dichtstbijzijnde uitgang(en)
L19

Dichtstbijzijnde uitgang(en)

Geeft de richting en afstand naar de dichtstbijzijnde nooduitgang in een tunnel.

Nooduitgangen in tunnels leiden naar een veilige vluchtweg buiten de rijbaan. Bij evacuatie loop je langs de tunnelwand in de rijrichting naar de dichtstbijzijnde nooduitgang, niet dwars over de rijbaan.

Nederlandse bewegwijzering: meer dan alleen blauwe borden

In Nederland helpen kleuren je snel kiezen. Blauw wijst je de weg naar plaatsen en wegen, wit naar lokale bestemmingen zoals een ziekenhuis, bruin naar bezienswaardigheden en geel naar tijdelijke omleidingen. Op snelwegen zie je een afrit altijd drie keer aankomen: eerst een bord rond 1200 meter, dan een bord bij 600 meter met pijlen boven de rijstroken, en bij de afrit zelf nog een bord. De kleine hectometerpaaltjes langs de weg geven je exacte locatie. Op het paaltje staan onder meer Li of Re. Dat zegt iets over de kant van de weg in de richting waarin de kilometers oplopen, niet over de richting waarin jij rijdt. Bij pech vertel je: wegnummer, Li of Re, en het nummer op het paaltje.

Aandachtspunten bij informatieborden en bewegwijzering

De kern in één overzicht: kleuren lezen, afritten op tijd herkennen en weten wat wel en niet verplicht is.

Hectometerpaaltjes (Li/Re)

Li en Re geven de kant aan ten opzichte van de oplopende kilometers. Handig bij pech: noem wegnummer + Li/Re + het nummer.

Afritsysteem 1200–600–0

Eerst een aankondiging (1200 m), daarna voorsorteren (600 m) en bij 0 m zit je op de afrit.

Pijlen boven de rijstrook

De pijl staat boven de rijstrook die je moet volgen voor jouw bestemming. Kijk tijdig en wissel niet op het laatste moment.

Europese E-routes

Groene E-nummers lopen door meerdere landen. Veel A-wegen hebben ook een E-nummer (handig op lange ritten).

P-route (parkeren)

Digitale borden tonen naam, richting en vrije plekken. Toont het bord “VOL”, dan ga je door, ook als een vast P-bord in de buurt staat.

Zoneborden

Een bord met “ZONE” geldt voor het hele gebied tot “EINDE ZONE”. Lees altijd het onderbord voor tijden of uitzonderingen.

Informatief ≠ verplicht

Bewegwijzering helpt je kiezen, maar verplicht niet. Alleen ronde gebods- of verbodsborden schrijven echt iets voor.

P+R

Blauwe P+R wijst op parkeren en verder reizen met het ov. Vaak sneller en goedkoper richting binnenstad.

Servicesymbolen

Pictogrammen (bijv. tankstation, ziekenhuis, industrie) helpen je snel voorzieningen te vinden. Lees ze mee met de plaatsnamen.

Digitale informatie over parkeren

In veel steden zie je P-route borden. Die tonen de naam van een parkeergarage, hoeveel plekken er nog vrij zijn en welke kant je op moet. Staat er VOL, dan rijd je door naar de volgende garage. Deze informatie zie je vaak ook in apps en je navigatie. Zo zoek je minder lang en kom je sneller op je bestemming.

Toeristische bewegwijzering en de bruine borden

Bruine borden wijzen je naar attracties en natuur, zoals een museum, kasteel of nationaal park. De pictogrammen zijn eenvoudig en overal te begrijpen. Wegbeheerders plaatsen zulke borden alleen bij belangrijke bestemmingen in de buurt van de route. Zo blijft het overzichtelijk voor iedereen.

Veelgestelde vragen over informatieborden en bewegwijzering

Korte, duidelijke antwoorden over kleuren en symbolen op borden, pijlen boven de weg, en Li en Re op hectometerpaaltjes. Je leest het verschil tussen blauwe en witte richtingaanduiding, waarom sommige wegen twee nummers hebben, wat bruine en gele borden betekenen en hoe P-ROUTE werkt. Handig voor je theorie én voor onderweg: zo weet je wat informatief is en wat echt verplicht is.

Nederland hanteert blauw met witte letters voor snelwegen en hoofdwegen. Dit wijkt af van veel andere landen maar is de standaard binnen ons wegennet.

Li staat voor links en Re voor rechts van de weg gezien in de kilometertelrichting. Deze aanduiding is onafhankelijk van je rijrichting en helpt bij exacte positiebepaling.

Je leest een hectometerpaaltje van boven naar beneden: eventuele snelheidsaanduiding, links het wegnummer, rechts Li of Re, in het midden de kilometeraanduiding en onderaan eventuele speciale informatie.

Dit bewegwijzeringssysteem werkt in drie fasen: eerste aankondiging op 1200 meter, voorsorteren op 600 meter en de definitieve afslag bij 0 meter. De pijlen wijzen naar de betreffende rijstrook.

Bruine borden met witte tekst verwijzen naar toeristische en recreatieve bestemmingen zoals musea, campings, natuurgebieden en attractieparken met internationaal herkenbare symbolen.

Blauwe borden verwijzen naar geografische bestemmingen zoals steden en snelwegen. Witte borden geven lokale bestemmingen aan zoals ziekenhuizen, industrieterreinen en winkelcentra.

Het A-nummer is de Nederlandse snelwegaanduiding, het E-nummer verwijst naar de Europese route. Deze dubbele nummering plaatst de Nederlandse weg in het Europese wegennetwerk.

Gele borden duiden op tijdelijke omleidingen vanwege wegwerkzaamheden, ongevallen of evenementen. Letters onderscheiden verschillende omleidingsroutes.

Dit dynamische parkeerinformatiesysteem toont op blauwe schermen de naam van parkeergarages, het aantal beschikbare plaatsen in real-time en de richting naar de betreffende garage.

Nee, informatieborden geven alleen informatie en zijn niet verplichtend. Je mag een alternatieve route kiezen. Alleen wanneer een verbodsbord is toegevoegd, ben je verplicht je daaraan te houden.

Sluit scherm

VOLLEDIG GRATIS UITPROBEREN

Gratis theorie oefenen

We hebben voor elke categorie gratis theorie beschikbaar waarmee je alvast gratis kunt oefenen. Kies hieronder jouw categorie. Succes met oefenen!

Sluit scherm

DIRECT DOOR MET OEFENEN

Goed bezig!

Heel goed dat je aan het oefenen bent met onze gratis e-learning. Hopelijk ben je tevreden met de manier waarop je bij ons kunt oefenen voor je theorie.

Ben je er klaar voor om echt aan de slag te gaan met je theorie? Koop dan een theoriepakket op deze pagina en start direct!

Door met oefenen

Sluit scherm

DIRECT DOOR MET OEFENEN

Gratis theorie-examen gemaakt

Gefeliciteerd met het afronden van je gratis theorie-examen!

Of je nu geslaagd bent of niet, elke keer dat je oefent, leer je meer. Op deze pagina vind je examenpakketten waarmee je je nog beter kunt voorbereiden op je theorie-examen. Start direct en verhoog je kans om te slagen!

Door met oefenen